Levensbeschouwelijke vakken opgeofferd aan de begroting

Klaslokaal
04.02.2026

Op 30 januari 2026 nam de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing over de toekomst van de levensbeschouwelijke vakken. Officieel gaat het om een “flexibilisering van de organisatie”. Wie de teksten grondig leest, ziet echter vooral één constante: de besparingen sturen het beleid.

Het regeerakkoord 2024-2029 stelt expliciet dat het opsplitsen van leerlingen per levensbeschouwing in het officieel onderwijs “organisatorisch moeilijk” is. Daarom wou de Vlaamse Regering evolueren naar een model met twee uur interlevensbeschouwelijke dialoog binnen de lessentabel, maar wegens grondwettelijke bezwaren moet de besparing op een andere manier worden gerealiseerd. Tegelijk voorziet de meerjarenbegroting een besparing van 33 miljoen euro in 2026 en 100 miljoen euro per jaar vanaf 2027 op de levensbeschouwelijke vakken. 

“Wat hier ‘flexibilisering’ heet, is in werkelijkheid een voorbereidende zet voor structurele besparingen.”

Omdat die besparingen ingaan vanaf schooljaar 2026-2027, wordt nu al het kader vastgelegd waarbinnen scholen die besparing moeten opvangen.

Organisatorische “optimalisaties”

Volgens de regering vormt de organisatie van de levensbeschouwelijke vakken een groeiende uitdaging. Daarom worden verschillende maatregelen genomen die scholen meer speelruimte moeten geven:

  • Lesuren bundelen
    Scholen zullen de twee wekelijkse lesuren mogen groeperen, bijvoorbeeld vier uur om de twee weken. Het totale aantal uren blijft behouden, maar de wekelijkse structuur verdwijnt.
     
  • Verplicht parallel organiseren verdwijnt
    Levensbeschouwelijke vakken hoeven niet langer gelijktijdig ingepland te worden. Dat vereist aanpassingen aan uitvoeringsbesluiten, maar mag er volgens de regering niet toe leiden dat leerlingen meer of minder les krijgen naargelang hun levensbeschouwelijke keuze.
     
  • Meer samenwerking en flexibiliteit
    Via overdracht van lestijden, lesbijwoning in andere scholen en afstandsonderwijs wil men samenwerking tussen scholen vergemakkelijken, zonder formeel het keuzerecht van ouders aan te tasten.

Op papier klinkt dat efficiënt. In de praktijk betekent dit:

  • minder vaste structuur voor leerlingen,
  • complexere roosters voor scholen,
  • en vooral: toenemende onzekerheid voor leerkrachten levensbeschouwelijke vakken.

 

Financiering: grotere groepen, minder opsplitsing

Het financieringsmodel wordt herzien zodat leerlingen minder snel worden opgesplitst in kleine groepen. De regering benadrukt dat het keuzerecht van ouders behouden blijft, maar stuurt tegelijk expliciet aan op:

  • grotere klasgroepen,
  • graadklassen,
  • klassen over onderwijsvormen heen,
  • en minder gunstige splitsingsnormen, vooral voor minder gevolgde levensbeschouwingen.

De concrete berekeningswijze van lestijden en uren-leraar zal later via besluiten van de Vlaamse Regering worden aangepast. Al staat het nu al vast dat deze principes reeds worden vastgelegd om de geplande besparingen mogelijk te maken.

 

Personeel: “mobiliteit” als antwoord op verlies van uren

In tijden van lerarentekort wil de regering leerkrachten levensbeschouwelijke vakken die uren verliezen, maximaal naar andere vakken toeleiden. Daarom worden drempels in de regelgeving weggewerkt.

Zo krijgen schoolbesturen de mogelijkheid om tot 290 dagen dienstanciënniteit uit het levensbeschouwelijk onderwijs mee te nemen bij een overstap naar een ander vak. Dat moet mobiliteit stimuleren, maar is niet verplicht voor schoolbesturen. Het blijft dus een gunst, geen afdwingbaar recht.

Daarnaast wordt voorzien dat vast benoemde leerkrachten levensbeschouwelijke vakken kunnen worden wedertewerkgesteld in andere ambten, op voorwaarde dat zij beschikken over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

 

Van voordracht naar visum: minder papier, meer kwetsbaarheid

Een fundamentele wijziging is de overstap van het huidige voordrachtsysteem naar een visum voor leerkrachten levensbeschouwelijke vakken. Dat visum wordt toegekend door de bevoegde levensbeschouwelijke instantie en geldt voortaan als aanstellingsvoorwaarde.

Voor scholen betekent dit minder administratie: bij een aanstelling volstaat het na te gaan of het visum geldig is. Individuele voordrachten en tussenkomsten bij elke loopbaanstap verdwijnen. Op deze manier krijgen de EI&V (Erkende Instanties & Verenigingen) meer ruimte voor begeleiding.

 

Maar er is ook een keerzijde. Het visum:

  • geldt voor onbepaalde duur,
  • kan op elk moment worden ingetrokken,
  • en die intrekking leidt rechtstreeks tot het einde van de aanstelling.

Bovendien verdwijnt met het visum de mogelijkheid om per onderwijsniveau of graad te differentiëren in geschiktheid. De erkende instanties behouden wel hun bevoegdheid, maar de bescherming voor het personeelslid wordt dunner.

 

Nog niet gestemd, maar de besparing stuurt het beleid

Dit is formeel nog een voorontwerp, maar de beleidsrichting ligt vast. De aangekondigde besparingen vormen het uitgangspunt van dit dossier en zullen in de verdere besluitvorming de doorslag geven. Pedagogische overwegingen en personeelszekerheid zijn duidelijk ondergeschikt gemaakt aan budgettaire doelstellingen.

De onderhandelingen met de sociale partners volgen nog, maar spelen zich af binnen strakke financiële en politieke krijtlijnen. Daarbij komen bijkomende risicofactoren: het structurele lerarentekort, de toenemende planlast, de onzekerheid over uitvoeringsbesluiten en het feit dat cruciale keuzes pas na het decreet concreet worden ingevuld.

Het VSOA-Onderwijs zal dit dossier niet zomaar laten passeren. Wij blijven dit nauwgezet opvolgen en zullen blijven strijden voor de rechten en bescherming van onze leden. Waar werkzekerheid, statutaire garanties of aanstellingsvoorwaarden onder druk komen te staan, zullen wij dat blijven benoemen en bestrijden. Duidelijk, onderbouwd en zonder omwegen.

 

Koen De Backer 
Ondervoorzitter VSOA-Onderwijs