In het centenboekje bij het regeerakkoord stond al te lezen dat deze Vlaamse Regering een besparing van 100 miljoen Euro wil realiseren in het levensbeschouwelijk onderricht. Het was dan ook duidelijk dat in dit dossier een en ander ging bewegen.

Na de juridische bezwaren tegen het vervangen van Levensbeschouwelijke Vakken (LBV) door Inter Levensbeschouwelijke Dialoog (ILD) en de ideologische clash tussen de verschillende meerderheidspartijen, kwam uiteindelijk een compromis uit de bus.

In eerste instantie gaat het hier om het decreet, waar vooral de organisatorische aspecten werden ingeschreven. Het decreet geeft scholen de mogelijkheid de LBV flexibel in te richten. Dit houdt o.a. in dat leerlingen niet per sé meer parallel moeten les krijgen. Scholen kunnen ook beslissen om lessen te clusteren waarbij je bij wijze van spreken op een kleine 2 weken alle lessen LBV kan geven a rato van een volledige lesdag gedurende een volledige week. VSOA Onderwijs heeft, onder meer hiervoor, een protocol van niet akkoord gegeven voor dit decreet. In de eerste plaats leidt een overdreven clustering zoals in het voorbeeld hierboven, tot kwaliteitsverlies in de lessen LBV. 

Ten tweede leidt doorgedreven flexibiliteit tot een organisatorisch kluwen. Zo moet dan bijgehouden worden welk deel van de klas welke lessen van andere vakken bijwoonde als je de LBV niet meer parallel inricht. Op deze manier wordt het bijhouden van behaalde eindtermen moeilijk en heeft dit gegarandeerd nog meer planlast (lijstjes) tot gevolg gaan hebben.

Derde punt waar VSOA Onderwijs niet akkoord mee kon gaan, was het invoeren van het visum. Leerkrachten LBV konden dit krijgen van hun inspectie en dit zou dan hun licentie zijn om hun vak te mogen blijven geven. Als tegengewicht was het dan wel niet meer de inspecteur die de leerkrachten zou voordragen maar kon de directeur kiezen uit de visumhouders. Los van ideologische bezwaren, stelt zich dan de vraag wat er gebeurde met leerkrachten die geen visum krijgen of waarvan het ingetrokken wordt. Dit zou voor sommige mensen kunnen inhouden dat zij geen les meer mogen geven want niet iedereen heeft nog een ander bekwaamheidsbewijs. Bij een onmiddellijke intrekking komt daar nog bij dat de directeur met onmiddellijke ingang een nieuwe leraar moet zoeken wat niet steeds zo een simpele opdracht is zo leert de praktijk ons.

Na het decreet volgde een eerste uitvoeringsbesluit waarin de splitsingsnormen werden vastgelegd. Dat deze heel nipt waren en zouden leiden tot een groot verlies van tewerkstelling, was meteen duidelijk. Weliswaar is het inderdaad zo dat sommige LBV leerkrachten nog een ander vak mogen geven maar hun gepresteerde diensten meenemen, hangt af van de goodwill van hun inrichtende macht. Deze maatregel is vooral belangrijk voor mensen die TADD willen aanvragen en zo aangesteld willen worden. Indien zij nu al een TADD hebben voor LBV moeten zij, indien de diensten ten belope van 290 dagen maximum niet toegekend worden, opnieuw beginnen opbouwen aangezien het om een ander ambt gaat.

De splitsingsnormen zouden ook tot gevolg hebben dat voor de ‘grote’ cursussen grote klasgroepen zouden ontstaan wat kwaliteitsvol onderricht moeilijk maakt.

Ander bezwaar is dat het besluit het ook  mogelijk maakt uren over te hevelen van de ene cursus LBV naar de andere, met soms verstrekkende gevolgen qua, alweer, groepsgrootte in de cursussen waarvan uren worden overgeheveld.

VSOA Onderwijs wacht de verdere besluiten en eventuele amendementen af maar beraadt zich ondertussen over verdere stappen. Wij blijven onze leden die lesgeven in een LBV steunen en wijzen ook op de gevolgen voor de collega’s van de andere vakken die negatieve gevolgen ondervinden van deze maatregelen. 

 

Lees hieronder het protocol wat betreft de flexibilisering van de organisatie van de levensbeschouwelijke vakken
 

 

 

Lees hieronder het protocol van het Besluit van de Vlaamse Regering wat betreft de besparingen op de levensbeschouwelijke vakken