Verhoging koopkracht en werkzekerheid maken het onderwijsberoep aantrekkelijk

Nieuwe Vlaamse onderwijscao ondertekend

Na het afronden van de onderhandelingen over het ontwerp van cao XI (leerplichtonderwijs, volwassenenonderwijs, deeltijds kunstonderwijs en centra voor leerlingenbegeleiding) volgde op 23 maart 2018 de ondertekening op het kabinet van de minister-president van de Vlaamse Regering op het Martelarenplein in Brussel. De Vlaamse regering, de representatieve vakorganisaties en de werkgevers hebben daarmee voor de jaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 een akkoord van sectorale sociale programmatie afgesloten dat betrekking heeft op de sector “Onderwijs” van de Vlaamse Gemeenschap.

Eis voor verhoging koopkracht; weloverwogen en bewuste keuze

De eis voor een verhoging van de koopkracht was een weloverwogen en bewuste keuze. Het VSOA-Onderwijs was én is immers de mening toegedaan dat de Vlaamse overheid ook financieel een aantrekkelijke werkgever moet zijn en blijven. Bovendien blijven wij het standpunt verdedigen, dat de herwaardering en een hoger maatschappelijk aanzien van het onderwijsberoep pas gerealiseerd kan worden wanneer er ook een aantrekkelijke verloning is aan verbonden... Dat de lonen in de onderwijssector dan ook gelijke tred moeten houden met die van de private sector is voor het VSOA-Onderwijs dan ook niet meer dan een evidentie en dit om concurrentieel te kunnen zijn op de arbeidsmarkt.

Tijdens de vergadering van 15 maart 2018 in de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement bleek echter, dat een aantal leden van die commissie hiervan niet meteen overtuigd waren... In deze context verwijzen we graag eerst nog eens naar wat minister-president Bourgeois in zijn Septemberverklaring van vorig jaar zei: “De Vlaamse regering is bereid om te kijken hoe een inspanning kan gebeuren om ook in de periode vóór 2020 de koopkracht te verhogen. Dit zowel in de welzijns- en de socialprofitsector, het onderwijs en de Vlaamse Overheid.

Dat het precies leden waren van zijn partij die zich kantten tegen een koopkrachtverhoging voor de onderwijssector doet daarom bij ons toch wel de wenkbrauwen fronsen...

Nog in het licht van deze vergadering en de uitspraken die daar werden gedaan, willen we vervolgens toch ook nog even de studie van de HayGroup van 2002 in de schijnwerper plaatsen.  Deze studie stelt duidelijk dat er in de sector onderwijs – en dit in tegenstelling tot de private sector - noch bijkomende vergoedingen in natura en andere vergoedingen zijn. In de studie wordt ook verwezen naar het pensioenstatuut voor onderwijsmensen, dat in de feiten als een uitgesteld loon moet worden beschouwd.
Wie de mening is toegedaan, dat het loon verbonden aan het onderwijsberoep al marktconform was – en dus een verhoging van de koopkracht niet nodig was - heeft ofwel de studie niet gelezen of doet de waarheid met voorbedachten rade geweld aan.

Tijdens de onderhandelingen heeft het VSOA-Onderwijs de verhoging van de koopkracht als primair doel naar voren geschoven; ook omdat de vorige lineaire loonsverhoging al dateert van in 2003, dus meer dan 15 jaar geleden. Het verheugde ons daarbij dan ook ten zeerste, dat dit ook voor minister Crevits een belangrijk objectief was.

Maatregelen om startende leraren een beter loopbaanperspectief te bieden

Minister Crevits uitte haar wens om in de cao ook maatregelen op te nemen om startende leraren een beter loopbaanperspectief te bieden.  Niettegenstaande deze thematiek initieel in het loopbaandebat thuishoort, vormde dit voor het VSOA-Onderwijs geen obstructie. Des te meer wij altijd al vragende partij zijn geweest om starters betere werkgaranties bieden. 

Het sneller benoemen is één van de maatregelen, naast het sneller TADD worden, die de inkomens- en werkzekerheid voor starters zou moeten vergroten. Bovendien zijn dit bijkomende triggers om voor hen het onderwijsberoep aantrekkelijker te maken.
Daarnaast wordt er een Lerarenplatform, een soort vervangingspool, opgestart.  Ook hiermee wordt aan beginnende leerkrachten gedurende een volledig schooljaar werkzekerheid geboden. De bijkomende middelen worden verder aangewend om aan schoolbesturen de mogelijkheid te geven kwaliteitsvolle aanvangsbegeleiding aan te bieden en structureel te verankeren.

Geen miniloopbaanpact!

Het VSOA-Onderwijs is tevreden met de verhoging van de koopkracht voor al het onderwijspersoneel én met meer werkzekerheid voor de startende leerkrachten. Desalniettemin mogen de voorliggende maatregelen voor startende leerkrachten uit dit akkoord niet gezien worden als een “miniloopbaanpact”.
Dat ons onderwijspersoneel recht heeft op: werkzekerheid, begeleiding, een eerlijk loon, doorgroeimogelijkheden, een afwisselend takenpakket én dat dit alles – en liefst nog zo snel mogelijk - in een “stevig loopbaanpact" moet worden gebetonneerd, is een feit.
Evenwel niets doen voor de startende leraar, terwijl er zich opportuniteiten aandienden en wachten op een loopbaanpact, was echter geen optie. Was er daarvoor wel gekozen, dan pas was deze onderwijscao de geschiedenis ingegaan als de cao van de gemiste kans.

Marnix Heyndrickx
Voorzitter VSOA-Onderwijs

Delen: