Staking

Formaliteiten bij staking en stakersvergoeding

Het VSOA Onderwijs kan een stakingsaanzegging indienen voor: 

• een uur,
• een halve dag,
• een volledige dag,
• een combinatie van deze mogelijkheden.

Op de dag van de staking hebben zowel de school (inrichtende macht) als het niet stakende personeelslid enkele administratieve formaliteiten te vervullen. De "staker" daarentegen dient op de eerstvolgende werkdag na de staking eveneens enige administratieve handelingen te verrichten.
  
Verder vindt u hieronder een overzicht van de gevolgen van een staking voor wat het loon en de salarisanciënniteit betreft en informatie ver de stakersvergoeding en de aanvraag ervan.

1. Welke formaliteiten moet u vervullen?

1.1 Formulier A

De personeelsleden die niet staken of die niet als staker wensen beschouwd te worden, dienen een formulier A in te vullen. Dit formulier kan verkregen worden op het schoolsecretariaat en moet daar ook bewaard worden. Het is dus niet nodig het aan het werkstation over te maken.

1.2 Pers 3 of RL-2

De personeelsleden die wel staken of die als staker wensen beschouwd te worden, dienen zelf geen formulier in te vullen. De inrichtende macht dient deze informatie echter wel door te geven aan het departement. Voor scholen die elektronisch werken, gebeurt deze mededeling door middel van een RL-2. Volgens de richtlijnen van het departement dient deze zending te gebeuren op de stakingsdag zelf en dit voor 12 uur. Scholen die elektronisch werken, maar die op de dag van de staking geen elektronische zending kunnen doorsturen, dienen deze zending uiterlijk de tweede volledige schooldag na het einde van de staking door te sturen.

Voor scholen die niet elektronisch werken, gebeurt deze mededeling door middel van een formulier Pers 3. Dit formulier moet uiterlijk de tweede volledige schooldag na het einde van de staking overgemaakt worden aan het departement. 

Op de RL-2 of de Pers 3 wordt de datum en de duur van de staking aangegeven. In beide gevallen is het echter zo, dat deze mededeling niet kan gebeuren zonder visum van het betrokken personeelslid. De Pers 3 dient voor kennisneming door het betrokken personeelslid ondertekend te worden en een elektronische zending mag maar gebeuren, nadat het personeelslid op de hoogte werd gebracht van de inhoud van de zending.

Het ligt voor de hand, dat bij betwistingen omtrent de afgehouden wedde de Pers 3 of de RL-2 een belangrijke rol zal spelen. Het is dan ook raadzaam om van deze documenten dan ook onmiddellijk een afschrift te vragen.

De richtlijnen omtrent het tijdstip van het doorzenden van het formulier Pers 3 of het document RL-2 zijn louter indicatief. Uit de praktijk zal wellicht blijken dat deze timing niet haalbaar is en dat de Brusselse “theorie” soms ver staat van de reële situatie in het veld.

1.3 Formulier B

Dit formulier is de zgn. collectieve staat. Het moet enkel opgemaakt worden in scholen die niet elektronisch werken en in scholen die wel elektronisch werken, maar die op de dag van de staking geen elektronische zending kunnen doorsturen. Voor scholen die niet elektronisch werken, is formulier B een verzamelstaat van de formulieren A en de formulieren Pers 3. Voor scholen die elektronisch werken, maar die op de dag van de staking geen elektronische zending kunnen doorsturen, is formulier B een verzamelstaat van de formulieren A en de formulieren RL-2.

Formulier B kan maar opgesteld worden vanaf het ogenblik, dat de inrichtende macht beschikt over alle formulieren A en dus weet heeft voor welke personeelsleden zij een formulier Pers 3 dient op te stellen of een RL-2 moet doorsturen. Net zoals formulier A, dient ook dit formulier op het schoolsecretariaat bewaard te worden en moet het niet aan het werkstation worden overgemaakt.

2. De gevolgen van een staking

2.1 Loonverlies

Voor een staker die één van de drie bovenvermelde mogelijkheden “kiest”, staat het loonverlies voor:
 
    
  staking van één uur gelijk met een afhouding van 12 % van 1/360ste van de bruto-jaarwedde, 
    
  staking van een halve dag gelijk met een afhouding gelijk aan 1/720ste van de bruto-jaarwedde, 
    
  staking van 1 dag gelijk met afhouding op de maandwedde gelijk aan 1/360ste van de bruto-jaarwedde.


Deze afhoudingen zijn onafhankelijk van het feit of men een hoofdambt of een bijbetrekking uitoefent; of men werkt met een volledige opdracht of niet; of men die dag effectief prestaties diende te leveren of niet en ongeacht het volume van deze opdracht. Uiteraard gebeuren deze afhoudingen steeds op basis van de bruto-jaarwedde van de staker zelf.


2.2 Geldelijke anciënniteit

De afhouding van de wedde voor stakingsdagen brengt geen wijziging van de geldelijke anciënniteit met zich mee.

Verder heeft een deelname aan een staking geen invloed op:

     ♦   de berekeningswijze van de uitgestelde bezoldiging van tijdelijke personeelsleden,
     ♦   de berekeningswijze van het vakantiegeld van het volgend jaar,
     ♦   de berekeningswijze van een toelage (bv. kinderbijslag, eindejaarstoelage).

EEN ONGEVAL OP EEN STAKERSDAG KAN NOOIT WORDEN AANZIEN ALS EEN ARBEIDSONGEVAL.


3. Stakersvergoeding

Alle actieve leden (leden die minstens zes maanden lid zijn en volledig in orde zijn met de ledenbijdrage), die staken, hebben recht op een stakersvergoeding van:

        ♦   30,00 € voor de leden die een volledige dag staken,
        ♦   15,00 € voor de leden die een halve dag staken,
        ♦   04,00 € voor de leden die 1 uur staken.


Deze bedragen worden uitbetaald door storting én na voorlegging van een kopie van het weddenuittreksel waarop het bedrag van de wedde dat werd afgehouden (naargelang de duur van de stakingsperiode), vermeld wordt.

U stuurt een kopie van het weddenuittreksel op naar:


VSOA Onderwijs
Boudewijnlaan 20/21
1000 Brussel


Hierbij aansluitend en ter vervollediging verwijzen wij hieronder naar de twee omzendbrieven m.b.t. staking:

Omzendbrief van 10 januari 1996
 Omzendbrief van 11 mei 2000