Rapport opstart ondersteuningsnetwerken

Ondersteuningsmodel

Het rapport over de opstart van de ondersteuningsnetwerken kwam er op vraag van het Vlaams Parlement en dit via haar resolutie van 5 juli 2017 bij de goedkeuring van het Onderwijsdecreet XXVII vorig jaar. Het zesde zintuig van de parlementsleden die om het rapport vroegen, zal hen toen al ingegeven hebben, dat de invoering van de ondersteuningsnetwerken wel eens minder vlot zou kunnen verlopen dan gehoopt en gedacht. Wanneer het rapport recent voortijdig in de pers lekte, trok dit een diepe rimpeling in de Vlaamse Onderwijsvijver…

Belangrijkste conclusie uit het rapport…

Het opstellen van het rapport was een taak die de stuurgroep naar zich kreeg toegeschoven. Dat dit geen gemakkelijke taak was, ligt voor de hand;  zeker als men rekening houdt met het feit dat tussen de opstart  van de ondersteuningsnetwerken – begin dit schooljaar - en het begin van het opstellen van het rapport amper een 6-tal weken liggen. In de feiten biedt zo een korte periode geen basis voor een degelijke evaluatie, zodat het rapport eerder moet gelezen worden als een weergave van de toestand in september en oktober 2017.

Wat komt nu als belangrijkste - in de publieke opinie alvast - conclusie uit het rapport naar voor: dat in het veld toch niet alles vlekkeloos is verlopen.

Net als nagenoeg alle andere actoren heeft het VSOA-Onderwijs hiervoor gewaarschuwd en deze bekommernis vaak geuit. Wij onderschreven dan ook de brief met de vraag naar een jaar uitstel. Jammer genoeg werd hierop niet ingegaan.
Dat het veld nood had aan duidelijkheid is een feit en dat verder uitstel de onduidelijkheid misschien had bestendigd, kon worden aangenomen. Desalniettemin heeft de toch wel moeilijke start ook niet voor optimale omstandigheden gezorgd.

De pijnpunten

Uit de praktijk – het onderwijsveld – blijkt dat er inderdaad zaken zijn die beter kunnen en moeten. Zo moet de communicatie naar ouders eenduidiger, tijdiger en duidelijker gebeuren.
Ook het aantal vragen naar ondersteuning is door de laagdrempeligheid merkelijk toegenomen. Hierbij dient wel opgemerkt te worden, dat dit verschilt van ondersteuningsnetwerk tot ondersteuningsnetwerk en ook van school tot school buitengewoon onderwijs.

Er was/is ook onduidelijkheid over de rol van de verschillende actoren. Verder konden de opstartgesprekken voor begeleiding pas later plaatsvinden - en kon de begeleiding bijgevolg pas later opstarten - omdat nog moest bekeken worden waar en welke ondersteuning moest gegeven worden.

Zeggen dat er dus vele aandachtspunten zijn op personeelsvlak is een open deur intrappen. De materiële omkadering van de ondersteuners, de invulling van de vacatures en de invulling van de opdracht (op een gelijkwaardige manier) blijven werkpunten.  Het is dan ook vooral op dit item dat wij ons als vakbond willen focussen.

Natuurlijk zijn er ook zaken goed gelopen. Wij willen daarom niet het kind met het badwater weggooien, maar ons engageren om ons binnen de schoot van de stuurgroep te blijven inzetten om deze pijnpunten weg te werken.

Voor het personeel is een monitoring voorzien gedurende 3 jaren en ook deze zullen we waakzaam opvolgen.

Dit zijn echter allemaal zaken die grotendeels hadden kunnen voorkomen worden door een meer gestructureerde invoering. Deze systematiek van trial and error is er eentje die wij als organisatie alvast liever niet herhaald zien.

Pascal Claessens
Secretaris-Onderhandelaar

Klik hier voor het rapport.

Het rapport en de bijbehorende bijlagen kan je ook downloaden via www.onderwijs.vlaanderen.be

Klik hier voor de link naar de desbetreffende webpagina.

Delen: