Investeren in onderwijs = meer doen met hetzelfde geld

Begroting onderwijs

In oktober werden de onderwijspartners door kersvers minister van Onderwijs Ben Weyts uitgenodigd voor een toelichting betreffende de onderwijsbegroting en meer bepaald over de budgettaire keuzes die werden en nog zullen worden gemaakt.

Minister Weyts opende met de boodschap dat hij samen met de onderwijspartners het streven naar excellent onderwijs in Vlaanderen deelt en dat daarbij de grote uitdagingen waar het onderwijs voor staat enkel maar samen met die onderwijspartners kunnen aangegaan worden. De uitdagingen aangaan is één zaak. Of ze zullen resulteren in de gewenste resultaten en maatregelen een andere. Want dit hangt onmiskenbaar samen met de budgettaire keuzes die de Vlaamse regering voor het beleidsdomein onderwijs heeft gemaakt en nog zal maken. Er kan echter nu al met zekerheid worden gesteld, dat wanneer de regering-Jambon zichzelf verheft tot een investeringsregering, dat dit dan op zijn minst in grote tegenspraak is met wat zij van plan is in de sector onderwijs…

Investeringsregering

Deze nieuwe regering had in de media al aangekondigd dat ze zal investeren in onderwijs. Gezien de prangende capaciteitstekorten komt er een extra investering van een half miljard euro gespreid over de  volledige legislatuur voor duurzame en ecologische schoolgebouwen.

Volgens de nieuwe onderwijsminister Ben Weyts komt daar nog eens 250 miljoen euro bovenop; een bedrag dat recurrent is en op basis van een groeipad. Dat laatste wil zeggen dat de totale som pas in het laatste jaar van de legislatuur zal worden bereikt.
Zo zal het kleuteronderwijs kunnen rekenen op meer geld door de werkingsmiddelen gelijk te schakelen met die van het lager onderwijs. Nog in het kleuteronderwijs worden er kinderverzorgers aangeworven die voor extra-ondersteuning moeten zorgen.
Verder wordt er ook geld voorzien voor het aantrekken van zij-instromers uit de privésector als mogelijke oplossing voor het lerarentekort.  Voor het voornemen van de nieuwe Vlaamse regering om met de stakeholders een pact te sluiten om de lerarenloopbaan weer aantrekkelijker te maken, de status van het lerarenambt te versterken en de uitstroom tegen te gaan, zal ook geld worden vrij gemaakt. Dit alles via financiële ingrepen…

De naakte en échte cijfers

Over die financiële ingrepen valt er nog weinig te zeggen, want de budgettaire invulling ervan is nog grotendeels een blinde vlek. Een correcte inschatting van de engagementen die de Vlaamse regering in de sector onderwijs zal aangaan en de kostprijs eraan verbonden, valt nog altijd moeilijk in te schatten.

Ook de toelichting van 10 oktober 2019 bracht vooralsnog weinig klaarheid in detail… Er kwam echter wèl duidelijkheid over hoe het woord “extra” moet worden gelezen; m.a.w. waar het grootste deel van de zogenaamde 250 miljoen euro “en surplus” zal vandaan komen…

In het begrotingsdocument staat letterlijk te lezen :  “We maken in alle inhoudelijke domeinen specifieke keuzes om middelen te verschuiven naar de meest prioritaire maatschappelijke noden in die domeinen en we milderen enkele automatische groeipaden”. Dit moet ook toegepast worden op de sector onderwijs.  

In het secundair onderwijs zullen de groeipaden worden gemilderd; dat wil zeggen dat de inkomsten daar minder snel zullen stijgen dan vooropgesteld. Op deze manier zal er daar circa 100 miljoen euro kunnen bespaard worden.  Ook het volwassenenonderwijs moet 6 miljoen euro inleveren; het deeltijds kunstonderwijs 18 miljoen euro en de universiteiten zelfs meer dan 72 miljoen euro.
Bij de pedagogische begeleidingsdiensten en CLB’s wordt er 11 miljoen euro bespaard. Hoe dat zal gebeuren, is evenmin al duidelijk.

De globale optelsom van deze financiële ingrepen wordt geschat op om en bij de 220 miljoen euro. Een deel daarvan (100 miljoen euro) zal worden doorgeschoven naar het lager onderwijs. Het andere deel moet dienen voor maatregelen in het kader van een lerarenloopbaanpact enerzijds en om het lerarentekort weg te werken (door o.a. het aantrekken van zij-instromers) anderzijds. Zo wil men het lerarenberoep weer aantrekkelijk(er) maken.

Investeren zonder centen = vestzak-broekzakoperatie

Jambon I kiest er dus expliciet voor om de met veel tromgeroffel aangekondigde investeringen te financieren ten koste van de lopende uitgaven in ieders organisatie. Abstractie makende van het extra geld voor de schoolgebouwen zal, net zoals in een aantal andere sectoren, de sector onderwijs dus het integrale bedrag voor de zogenaamde investeringen zelf moeten ophoesten.

Dit maakt dat de zogenaamde extra middelen voor onderwijs niet meer of niet minder interne verschuivingen van het budget zijn; een vestzak-broekzakoperatie waarvoor het onderwijspersoneel het gelag zal moeten betalen. Wanneer de regering-Jambon zichzelf verheft tot een investeringsregering, dan is dat op zijn minst in grote tegenspraak met wat zij van plan is in de sector onderwijs.
Het heeft er alle schijn van dat de maatregelen om het lerarenberoep weer aantrekkelijk(er) te maken door het onderwijspersoneel  zelf zullen moeten gefinancierd worden. Voor het VSOA-Onderwijs is een verschuiving van de financiële middelen van het ene onderwijsniveau naar het andere dan ook een schoolvoorbeeld van een weinig deskundig beleid. Het ziet er dus naar uit, dat de nieuwe Vlaamse regering dezelfde methodieken zal blijven hanteren als de vorige.

Het luik onderwijs van het regeerakkoord en de begrotingsmaatregelen worden nu aan de besturen van de afdelingen voorgelegd voor verdere analyse en kwalificatie. 

Marnix Heyndrickx
Voorzitter VSOA-Onderwijs

 

Delen: