Gezocht: leraren! Maar éérst een loopbaanpact!

Lerarentekort

Wie wil nog leraar zijn?

Het nijpend lerarentekort is aan de start van het schooljaar 2019-2020 meer dan een topic… Het neigt zelfs almaar meer naar een acuut probleem. En terecht. Jongeren voelen zich niet meer geroepen om aan een lerarenopleiding te beginnen… Wie het toch nog doet en voor de opleiding slaagt, moet eerst aan de lokroep van de privésector kunnen weerstaan. Daarbovenop is van de startende leerkrachten meer dan drie op de tien - de helft in het secundair en een kwart in het basisonderwijs - binnen de vijf jaar alweer weg. Dit door overbevraging met een té hoge werkdruk als gevolg en een té geringe werkzekerheid en dito verloning.

De meeste beginners zijn wel degelijk capabel, maar vaak staan ze echter meteen voor stevige uitdagingen: in het basisonderwijs start een kwart de loopbaan in een combinatieklas. In het secundair onderwijs is de situatie niet anders: dikwijls krijgen de nieuwkomers de moeilijkere klassen en komen ze zo zowel letterlijk als figuurlijk niet alleen tussen welpen, maar ook tussen heuse leeuwen te staan. Slechts één op de tien scholen plaatst een startende leraar bewust in een relatief gemakkelijke groep.

Bovendien lijkt de exodus zich ook almaar meer door te zetten onder wie al langer in het onderwijs staat: ook hier té weinig degelijke ondersteuning ( kinderverzorging kleuteronderwijs en M-decreet), té veel planlast,  toenemende juridisering, de aanhoudende en onhoudbare toename van de werkdruk, het lesgeven dat een randactiviteit is geworden…

Uit de resultaten van het "Grote Tijdsonderzoek in het Vlaamse leerplichtonderwijs" (Zie artikel: Onderzoek tijdsbesteding leerkrachten: In het basis- en secundair onderwijs wordt gemiddeld een halve dag per week te veel gewerkt), bleek dat leerkrachten té veel uren werken; op school én thuis ‘s avonds, in de weekends én tijdens de vakanties en dit het hele kalenderjaar door!

Door het uitblijven van deugdelijke maatregelen inzake werkbaar werk, bleef het aantal burn outs de laatste jaren gestaag toenemen en haken vandaag dus ook meer en meer én vooral getalenteerde en gedreven onderwijspersoneelsleden af die al jaren in het onderwijs staan.

Een zeer oud zeer

Voor dit  meer dan problematisch gegeven, wat inmiddels de proporties van een doemscenario heeft aangenomen, waarschuwde voormalig minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten al in het Vlaams Regeerakkoord van 1999… En dit leest u wel degelijk goed!
In dat regeerakkoord stond o.a. het volgende: “Het tekort aan leraren waarmee scholen vandaag te kampen hebben, kan beschouwd worden als een belangrijk symptoom van een maatschappelijk gebrek aan waardering voor het beroep.”

De Vlaamse regering van toen maakte dan ook het voornemen om van de herwaardering van het lerarenberoep  een belangrijk beleidsthema te maken. Het opstellen van een samenhangend en omvattend actieplan moest in eerste instantie een ruim maatschappelijk debat aangaande het leraarschap op gang brengen. Het actieplan had echter tot hoger doel om op korte termijn spoedmaatregelen voor het basis- en secundair onderwijs te treffen. De Vlaamse regering keurde daarom op voorstel van minister Vanderpoorten een voorontwerp van decreet houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenberoep goed.
Het highlight daarin was “de vervangingspool”. Door de vervangingspool werden vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd wat een oplossing bood voor de problematiek van de vervangingsopdrachten en meer bepaald voor het niet kunnen invullen ervan. En om een onderwijsloopbaan van bij de start aantrekkelijk(er) te maken, werd aan startende leerkrachten een aanstelling voor een volledig schooljaar gegarandeerd. Zo hadden starters uitzicht op werk- en financiële zekerheid. Het gebrek aan die zekerheden is ook vandaag nog altijd het grote pijnpunt én één van de voornaamste reden waarom men niet voor het lerarenberoep kiest of wil kiezen…

Een falend en desastreus onderwijsbeleid

De ministers van Onderwijs van de daaropvolgende regeringen leden vooral aan veranderings- en profileringsdrang en lieten daarbij de échte problemen links liggen. Innovatieve ideeën die de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep het verfrissende en noodzakelijke elan moesten geven en waar het broodnodig aan toe was, bleven uit. Veel verder dan het invoeren van de mentoruren ter ondersteuning van starters in het onderwijs – op zich een zeer goede maatregel; daar niet van – is Frank Vandenbroucke niet gekomen…

Aan zijn opvolger Pascal Smet kunnen we met evenveel recht dezelfde kwaliteiten toedichten; ook bij hem stond profilering bovenaan op de agenda. Hij kondigde voortdurend nieuwe projecten aan zonder dat er daarvoor een draagvlak was of kon worden gevonden. Zijn onderwijshervorming werd trouwens door de regering daarna weer zo goed als ongedaan gemaakt. Tijdens zijn legislatuur – op 1 september 2010 -  werden bovendien de mentoruren maar al te gezwind opnieuw afgeschaft; een maatregel die enkel maar op onbegrip stuitte…

Het voornemen van de huidige minister van Onderwijs Hilde Crevits om het loopbaandebat opnieuw op gang te brengen was er. De doelstelling die daarbij centraal stond was: “Hoogopgeleide, excellente leraren aan te trekken en te behouden voor het onderwijs in Vlaanderen. Dit binnen de context van een krimpend aanbod aan hoogopgeleide werknemers op de arbeidsmarkt enerzijds en anderzijds een explosieve groei van leerlingen.” Crevits noemde en we citeren: “… de herwaardering van de leerkrachten één van haar grootste opdrachten. De leraar van de toekomst moet weer goesting krijgen in het uitoefenen van de job”.

Begin 2018 presenteerde minister Crevits een nota met daarin een naar haar zeggen “samenhangend geheel van maatregelen” om de loopbaan van leerkracht in Vlaanderen opnieuw aantrekkelijk te maken. De maatregelen kaderden in het loopbaandebat, dat op zijn beurt moest resulteren in een “loopbaanpact”. Maar het kostenplaatje verbonden aan deze maatregelen kreeg zij aan haar coalitiepartners niet verkocht.
De weinige maatregelen – aanvangsbegeleiding, sneller uitzicht op een vaste benoeming  voor startende leerkrachten en oprichten  lerarenplatformen - die dankzij de  laatste onderwijscao dan toch (nog) konden gerealiseerd worden, zijn niet meer dan de spreekwoordelijke druppels op de gloeiend hete plaat. Bovendien is het zogenaamd beter loopbaanperspectief aan tijdelijke leerkrachten geboden door het oprichten van lerarenplatformen  een pilootproject van tijdelijke aard en geldt het enkel voor een beperkt contingent.

Alle voornemens ten spijt moeten we hiermee vaststellen, dat er aan de schrijnende pijnpunten die 20 jaar geleden al acuut waren, tot op vandaag door de overheid zelf nog maar bitter weinig structureel is verholpen. Integendeel. Het falend en desastreus onderwijsbeleid van de laatste 20 jaar heeft de pijnpunten alleen nog maar groter gemaakt met het gekende gevolg als resultaat.

Dringend nood aan een deugdelijk lerarenloopbaanpact voor àlle leerkrachten

Enkel maatregelen voor startende leerkrachten zullen echter niet voldoende zijn om de exodus tegen te gaan. De schoolbesturen en directies van de toekomst zullen professionele werkgevers moeten zijn. Dit betekent, dat het item competentieprofiel van directies - in casu de: selectieprocedure, de vooropleiding, opleiding én de competentieontwikkeling - niet verwaarloosd mogen worden. Professioneel management en een deugdelijk HR-beleid moeten dan ook een prominente plaats krijgen in een loopbaanpact.

De laatste jaren heeft het lerarenberoep in het algemeen heel wat imagoschade opgelopen en hebben alle leerkrachten zware slagen moeten incasseren. Een beroep kan maar prestige genieten, wanneer iedereen de professionaliteit ervan erkent… Daarom is er dringend nood aan een lerarenloopbaanpact voor àlle leerkrachten waardoor er opnieuw én bewust voor het beroep van leraar wordt gekozen én dat het mogelijk maakt om het beroep ook te blijven uitoefenen. Leerkrachten zijn immers de fundamentele pijlers in de ontwikkeling van onze kinderen en van onze maatschappij.

De huidige problemen waarmee het Vlaams onderwijs heeft te kampen, vereisen echter een out of the box denken in Vlaanderen 2020 én  de bereidheid om een aantal blinde muren te slopen of er toch op zijn minst een paar gaten in te maken… Crisissen zijn uitdagingen en kunnen de aanzet zijn voor een momentum om heilige huizen naar beneden te halen. Wij roepen de onderscheiden onderwijskoepels dan ook op om eindelijk eens uit hun box te (durven) denken in plaats van elkaar te blijven beconcurreren. Een netoverstijgende samenwerking zou ons inziens vast en zeker tot exponentieel betere oplossingen voor de huidige problemen kunnen leiden. De tweede schoolstrijd; die is meer dan 60 jaar geleden gevoerd…

Marnix Heyndrickx
Voorzitter VSOA-Onderwijs

 

Delen: